2 grote kerkuilskuikens in een nest
Ook dit jaar siste het tegen schemerdonker weer lelijk uit de uilenkast in ons achterhuis, die al voor het vierde achtereenvolgende jaar
bewoond en bebroed wordt door een kerkuil. Leo Janssen kwam dan
ook onmiddelijk toen we hem belde. "Het is vroeg, je zou de eerste zijn, maar als jullie iets horen komen we!"
Deze nestkast is zo'n 5 jaar geleden geplaatst door een bijzonder enthousiaste groep vrijwilligers van
het IVN. De 6 jongen van vorig jaar haalden we niet, maar het waren wel 2 dikke kanjers dit jaar!
Ze leken ook ouder dan de vogels die ze vorig jaar ringden, dus waren we net op tijd denken we. Als je weet dat een volwassen kerkuil zo'n 20 muizen verorbert, is het duidelijk dat pa en moe uil overuren draaien al die muizen aan te slepen voor zichzelf en hun kroost! Maar ze doen dat met liefde! Het is in ieder geval tegen schemer een af- en aanvliegen van afwisselend vader en moeder uil met ieder telkens een muis in de bek.
Een genot om naar te kijken!!
Voor meer informatie verwijs ik u naar de website van de limburgse tak van het IVN (klik op het logo)

|
 |
 |
De Kerkuil in cijfers
Tot in de jaren vijftig broedden jaarlijks minstens 1500 tot 3000 paar kerkuilen in halfopen landelijk gebied,
vooral in het midden en oosten des lands. De turbulente ontwikkelingen op het platteland (verkavelingen,
intensiever graslandgebruik, effectievere muizenbestrijding, verdwijnen ruige hoekjes en dergelijke)
maakten het leven voor de kerkuilen er niet makkelijker op, hetgeen tot gevolg had nauwelijks meer een herstel optrad.
In 1980 waren nog maar 100 paar kerkuilen over. Sindsdien stijgt het aantal kerkuilen gestaag, hetgeen mede te danken
is aan het intensieve beschermingsprogramma. Sinds 1998 gaat het beter met de Kerkuil, in 2000 broedden er
ongeveer 2000 paren in Nederland. Deze uilen echter broeden hoofdzakelijk (ongeveer 90%) in nestkasten.
Tot slot is het aantal kerkuilen sterk afhankelijk van het reproductiesucces van zijn belangrijkste prooi, de veldmuis.
|